Beste mensen
De maand januari is de maand van de nieuwjaarspeeches. Ik heb er al weer de nodige mogen aanhoren.
En het is altijd interessant om dan te beluisteren waar ‘ze’ het dit jaar weer over hebben
In de meeste nieuwjaarspeeches wordt natuurlijk aandacht besteed aan de gekke tijden waarin wij leven.
De ene sprekerd zegt het wat voorzichtiger dan de ander,
ik zou zelf zeggen, de tijd waarin wij leven is niet gek maar gewoon knettergek, zeker internationeal.
En ja, wordt er dan door de hogen heren en dames in de nieuwjaarspeeches gezegd:
we moeten vooral rustig blijven,
we moeten met elkaar de verbinding zoeken
we moeten het vooral samen doen.
Dat is zo’n beetje de strekking van wat ik dit jaar gehoord heb
en wie kan daar nou tegen zijn?
Tocn mis ik in al die speeches 1 woord en dat is het woord HOOP.
Misschien vinden de leiders uit het bedrijfsleven en uit de politiek het wel een te soft woord, hoop.
Want hoop is niet iets van buiten, maar iets van binnen.
Hoop is niet te koop.
Bij hoop gaat namelijk om je ziel
maar tja, dat bekt natuurlijk niet zo lekker in een nieuwjaarsspeech.
Vaclav Havel, de Tsjechische dichter en later de eerste president van Tsjechie heeft zelfs eens gezegd, hoop is een gesteldheid van je ziel
Hoop is niet iets vaags buiten je, hoop zit van binnenin
Hoop is een grondwoord voor gelovige mensen
Christelijke HOOP laat zien dat al het gewoel en gekrakeel van deze tijd tijdelijk is, Christelijke hoop gaat over een andere toekomst, over Gods toekomst, die ons beloofd is
en die HOOP bepaalt vervolgens hoe wij hier en nu in het leven staan
Want HOOP DOET LEVEN.
Thema van deze Zingen onder de Peperbus
De profeet Jesaja zegt dat zo:
maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht: nu al dus
hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar, nu al dus
hij loopt, maar wordt niet moe, nu al dus
hij rent, maar raakt niet uitgeput. Nu al dus
Hoop is ook is niet wereldvreemd.
Een jongen vraagt:
Waarom nemen grote mensen toch altijd een paraplu mee als ze hopen op een zonnige dag?
Antwoord van een realistische vader:
Omdat hoop goed is, maar een droog pak is nog beter
Hoop heeft twee dochters.
Die uitspraak heb ik niet zelf bedacht, maar die is van kerkvader Augustinus.
Hoop heeft twee dochters zegt Augustinus, de ene dochter heet woede
woede over de situatie zoals hij nu is
en de andere dochter heet moed, moed om er iets aan te veranderen.
Vind ik wel mooi
als er in deze wereld knettergekke dingen worden gezegd, mag je daar vanuit de hoop gerust boos zo u wilt woedend over zijn, dat hoort niet, dat kan niet, dat moet gtoppen
En vervolgens niet bij de pakken neer gaan zitten, maar moed hebben om en dat kan ook ook gewoon in je eigen omgeving, daar waar je kunt er toch iets aan te veranderen en als we dat allemaal doen, gebeuren er nog hele mooie dingen in deze wereld
Er is een mooi korte verhaal over hoop, het is geschreven de Franse schrijver en dichter Charles Peguy
Hij schrijft:
Het geloof waar ik het meest van hou,
zegt God, is de hoop.
Geloof op zich verwondert me niet, zegt God
Want Ik ben overal zo zichtbaar aanwezig,
in de zon, in de maan, in de sterren aan de hemel en in alle dieren,
en het meest in het kind
dat het liefste is
dat ik ooit heb geschapen.
In alles wat boven en onder is
ben ik zó luisterrijk aanwezig,
dat geloven, zegt God, in mijn ogen geen wonder is.
En ook liefde verwondert me niet, zegt God.
Er is onder de mensen zoveel verdriet,
soms niet te stelpen,
dat je toch vanzelf ziet
hoe ze elkaar moéten helpen.
Ze zouden wel harten van steen moeten hebben
als ze voor iemand, die tekort heeft
het brood niet uit hun mond zouden sparen.
Nee, liefde, zegt God, dat verwondert me niet.
Maar wat me verwondert, zegt God, is de hoop.
Daar ben Ik, zegt God, van ondersteboven.
Mensen zien toch wat er in de wereld allemaal omgaat
en ze zijn bang, dat het morgen allemaal omslaat.
Wat een wonder is er niet voor nodig
dat zij dat kleine hoopje hoop niet als overbodig ervaren
maar de hoop met voorzichtige gebaren
in hun hand en in hun hart bewaren,
een vlammetje dat keer op keer weer
dreigt neer te slaan
maar altijd weer weet op te staan,
en nooit wil doven.
Soms kan ik mijn eigen ogen niet geloven.
Geloof en liefde zijn als twee vrouwen.
Hoop is een heel klein meisje van niks.
Het kleine meisje hoop stapt tussen de twee vrouwen
en iedereen denkt: die vrouwen Geloof en Liefde houden
haar bij de hand, die wijzen de weg.
Maar daarvan heb ik meer verstand, zegt God, ik zeg:
het is juist andersom ! :
het is dat kleine meisje hoop,
dat aan al wat tussen mensen leeft
aan hun heen en weer geloop
weer richting geeft.
Het is dat kleine meisje hoop- ,je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven,
het is dat kleine meisje hoop
dat de mensen zien laat, soms heel even,
wat in het leven mogelijk is.
Geloof, zegt God, dat verwondert me niet.
Liefde, dat is geen wonder.
Maar de hoop, dat is haast niet te geloven.
Ikzelf, zegt God, ben er van ondersteboven.
Amen
